maandag 27 februari 2012

Patroon gebreide muts!

Van verschillende kanten kwam de vraag hoe ik die mutsen nou toch precies gebreid heb… iets met een koker en een cirkel, maar hoe dan? En, ook al beginnen de lentekriebels te komen, en zijn wintermutsen niet écht meer nodig, vandaag voor de geïnteresseerden de beschrijving.

Ik heb deze mutsen zelf ‘ontworpen’ (ha ha klinkt chique he!). Voor de liefhebbers heb ik geprobeerd het op te schrijven. Vergeet niet, dat een en ander wel afhankelijk is van de wol die je gebruikt en de omvang van je eigen koppie! Even goed passen en meten dus!

Het gaat als volgt: je breit eerst een koker, daarna een cirkel, en als afsluiting naai je die twee aan elkaar.

Patroon muts.

Koker:

Zet met naalden 7 en bijpassende wol 72 steken op, verdeeld ze over drie naalden zonder knop.

Brei ca 4 cm boordsteek 2; 2 R, 2 AR.

Brei verder in tricotsteek tot een totale hoogte van ca 13 cm, kant los af.

Dit is de koker. Hier kun je naar eigen idee kleurtjes en patroontjes in verwerken.

Cirkel:

Zet voor de cirkel 12 steken op, brei 1 naald R (achter in steken). Verdeel de steken over drie naalden zonder knop.

Toer 2: (omslag, 2 R) brei dit op elke naald 2 maal. Je hebt nu 18 steken.

Toer 3: brei alles R

Toer 4: (omslag, 3 R) brei dit op elke naald 2 maal. Je hebt nu 24 steken.

Toer 5: brei alles R

Toer 6: (omslag, 4 R) brei dit op elke naald 2 maal. Je hebt nu 30 steken.

Ga zo door op deze manier totdat je cirkel tussen de 22 en 24 cm is, afhankelijk van de grootte van de koker. Kant de steken los af.

Afwerking:

Speld de cirkel op de koker met de naden naar de buitenkant. Rijg deze naad door, met dezelfde wol als waar je mee gebreid hebt. Afkanten et voila, klaar is de muts!

Bij de paarse muts heb ik ook nog een klein sjaaltje gebreid, van een restje lichtepaarse wol wat ik nog over had van de muts…

Dit lieve ‘Kussend meisje Sofie’, een beeld van Sjer Jacobs, mag hem aan jullie showen…!

De wol is Vario van Lana Grossa, bestaande uit 25% alpaca, 25% merinowol, 38% acryl en 12% polyamide. Voor de paarse muts heb ik hiervan een dubbele draad gebruikt, voor het sjaaltje een enkele.

dinsdag 14 februari 2012

Would you be… my Valentine?

Het sturen van Valentijnskaarten is een heel oud gebruik. De oorsprong komt niet uit Amerika, zoals vaak gedacht wordt, maar uit oude Engeland.

Een van de oudste vermeldingen over Valentijn die bekend is, is te vinden in het gedicht “Parlement of Foules” uit 1382 van de Engelse dichter Geoffrey Chaucer (ca. 1343-1400). Hij schreef in zijn gedicht onder andere over de vogels, die op Valentijnsdag voor het eerst weer gaan nestelen…

“Now welcome, somer, with thy sonne soften,

That hast this wintres wedres overshake,

And driven away the longe nyghtes blake!


Saynt Valentyn, that art ful hy on-lofte,

Thus syngen smal foules for thy sake:

Now welcome, somer, with thy sonne softe,

That hast this wintres wedres overshake.


Wel han they, cause for to gladen ofte,

Sith ech of hem recovered hath hys make;

Ful blissful mowe they synge when they wake:

Now welcome, somer, with thy sonne softe,

That hast this wintres wedres overshake

And driven away the longe nyghtes blake!”

Vanaf ca 1400 was het gebruikelijk om niet alleen gedichten en liederen voor geliefden te zingen of laten zingen, echt traditie in de Middeleeuwen, maar werden er ook geschreven kaarten verstuurd. Het oudst geschreven Valentijnsgedicht dat teruggevonden is, is gemaakt door Charles, hertog van Orleans. Charles zat vijfentwintig jaar gevangen in de Tower of London na de slag van Agincourt in 1415. In deze periode schreef hij ca 60 liefdesgedichten aan zijn vrouw, die hij ’Valentines’ noemde. Een van zijn oudste Valentijnsgedichten is te vinden in het British Museum in Londen.

De oudst bewaarde Valentijnskaart ter wereld stamt uit 1790. Het is een handgemaakte kaart die opengevouwen kan worden. De binnenkant is beschreven met een romantische hartenkreet:

“My dear, the Heart which you behold,

Will break when you the same unfold,

Even so my heart with lovesick pain,

Sure wounded is and breaks in twain.”

Vanaf de zestiende eeuw kwam het versturen van geschreven Valentijnskaarten in hogere kringen veelvuldig voor. In meeste gevallen werd de kaart anoniem verzonden. Vanwege de vele gearrangeerde huwelijken was de liefde vaak ver te zoeken binnen het huwelijksbed en werd deze dan ook gezocht bij geheime minnaars cq minnaressen. Uiteraard konden zij elkaar niet openlijk hun liefde verklaren, dus was een anonieme Valentijnskaart uitermate handig!

De kaarten in deze tijd werden met de hand gemaakt van gekleurd en wit papier, waterverf en gekleurde inkt. Aan het eind van de achttiende eeuw kwamen er ook machinaal vervaardigde kaarten op de markt. De Valentijnskaart werd hierdoor ook toegankelijk voor de ‘gewone mensen’, en het versturen van een anonieme kaart werd een regelrechte rage.

Rond 1850 kwamen er ook humoristische Valentijnskaarten op de markt. Op deze ‘Penny Valentines’ of ‘Penny Dreadfuls’ stonden grappige beelden en spottende versjes, die je voor een penny kon kopen. Omdat de afzender anoniem bleef, werden er met deze kaarten vaak grappen uitgehaald. Mikpunt van spot waren o.a. muurbloempjes en oude wijven… Deze weinig vleiende kaarten kenden echter een forse populariteit, maar al snel kwam er een tegenbeweging die dit soort kaarten ging boycotten.

De Britse kolonisten namen Valentijnsdag mee naar Noord-Amerika, waar het in de loop van de tijd immens populair is geworden. De Amerikaanse Esther Howland, geboren in 1828, was de grootste pionier op het gebied van de Amerikaanse Valentijnskaarten. In 1847 ontving zij een Engelse Valentijnskaart. Ze werd zó gefascineerd door het idee, dat ze kantpapier en bloemendecoraties uit Engeland importeerde, en besloot om zelf kaarten te gaan ontwerpen en maken. En met succes, al snel werden haar kaarten waanzinnig populair onder de Amerikanen, en verdiende zij ₴ 100 000 per jaar!

De duurste Valentijnskaart ooit werd in 1891 aan een Italiaanse prinses gegeven. Deze kaart was uitgekerfd in ivoor… De waarde wordt geschat op zo’n 225.000 euro!

In Nederland begon de traditie om Valentijnskaarten te versturen pas een jaar of tien geleden. Het vercommercialiseerde feest waaide vanuit Amerika pas heel langzaam over naar ook ons land. Nu worden er ieder jaar miljoenen kaarten verzonden, maar ook sms’jes en e-kaarten vinden hun weg naar geliefden… Hoewel Valentijnskaarten oorspronkelijk anoniem verzonden werden, zetten steeds meer mensen er een afzender op. En níet alleen geliefden wordt een kaart gestuurd, ook geliefde vrienden en familie kunnen tegenwoordig een kaartje ontvangen…!

Fijne Valentijnsdag! Enne… ik ben benieuwd of jullie een kaartje hebben ontvangen… laat je het me weten?

donderdag 9 februari 2012

Het Walcherse beukje

Bij de Walcherse streekdracht is het beukje een zeer gezichtsbepalend onderdeel van de vrouwenkleding: het beukje is het onderdeel wat de boezem van de dames bedekt! In overig Nederland wordt het ook wel kraplap genoemd.

Foto Co van Meur, bron Internet

Het beukje bestaat uit twee delen stof, die op de schouders aan elkaar bevestigd zijn; soms genaaid, soms met haakjes. De voorkant is vaak mooi versierd, de achterkant is wat eenvoudiger. Over het beukje heen komt het zwarte jak, dat met zijn lage uitsparing aan de voorkant de beuk alle ruimte geeft om gezien te worden!

Foto van mevrouw Joosse uit Domburg, gemaakt door André van de Velde, uit het boek ‘Ons bin de leste’

In de loop van de eeuwen is vooral het beukje onderhevig geweest aan modetrends. Want ook de vrouwen in streekdracht wilden laten zien wie zij waren, en vooral niet (of minder) op hun moeder lijken! Dus werden beukjes gaandeweg frivoler: kwam de halslijn lager te zitten, koos met voor nieuwe, moderne stofjes of werden ze op nieuwe manieren versierd.

Uit het boek: De Zeeuwse Streekdrachten 1800-2000, foto particulier bezit

Mooi om de verschillen te zien bij deze vier generaties vrouwen! Overgrootmoeder draagt een zwarte hooggesloten rouwbeuk, grootmoeder een iets lagere, ongeplooide beuk versierd met een rand kant, moeder draagt een geplooide beuk van gedessineerde stof waarvan de halslijn nog iets lager ligt, en het dochtertje… draagt geen streekdracht meer!

In het verre verleden sloot de voorkant van het beukje hoog aan de hals. De stof was vaak glad, zonder plooitjes, en versierd met kant, borduurwerk of gemaakt van stof die gedessineerd was, zoals sits. Op deze manier gedragen leek de beuk vaak onlosmakelijk onderdeel van het jak. Er werd een doekje rond de hals gedragen waarvan de randen langs de rand van het jak en beukje naar beneden gingen.

Mijn bet-overgrootmoeder Maatje Sinke, geboren in 1827 (en nee, we lijken niet op elkaar!)

Voor bijzondere gelegenheden, zoals bruiloften, werden de beukjes speciaal versierd. Een redelijk unieke versiering die o.a. op beukjes, maar soms ook op manchetten werd toegepast, was het zgn. geparelde borduurwerk. Hierbij werd op witte stof met witte draad geborduurd. Nog steeds is niet achterhaald waar deze techniek vandaan kwam… Zie ook de blog van Berthi waar een oproepje gedaan naar de herkomst.

Gepareld beukje

Op Walcheren was het bij de rijke boerinnen in een bepaalde periode mode om bij speciale gelegenheden geborduurde beukjes te dragen. Ze werden prachtig in kruissteekmotieven versierd, waarbij veel motieven gebruikt werden die ook voorkwamen op merklappen.

Bij dit prachtige voorbeeld is de voorkant origineel en de achterkant nieuw gemaakt in dezelfde stijl.

Geborduurd beukje uit de collectie van Museum ‘de Schotse Huizen’ in Veere, eronder liggen heel oude beukjes van sits met geplooide randen.

Mijn over-overgrootmoeder Zoetje Roose uit 1851 draagt hier een prachtige witte, met meerdere rijen kant versierde beuk.

De volgende drie beukjes zijn trouwbeukjes van Johanna Kodde-Verhage uit Biggekerke. Eén ervan droeg ze op haar bruiloft in 1937. De prachtige stof is versierd met een grote kanten rand en een bandje met glazen kraaltjes.

Vanaf ca 1925 kwam de geplooide beuk in de mode. De bovenste stofrand werd ruimer genomen en daarna geplooid met smokwerk, waarna er versieringen in deze rand aangebracht werden. Deze beukjes zie je tegenwoordig nog steeds, zowel bij de dames die de streekdracht nog dragen, als bij de klederdracht- en zanggroepen.



Werd voor bruiloften altijd gekozen voor een witte beuk, tijdens de rouw werden er zwarte beukjes, rouwbeukjes gedragen. Vaak van effen zwarte stof, als de rouw wat lichter was, dan kon daar ook een geweven streepje in zitten, en werden ze af en toe versierd met een kanten randje.

Deze vier gezusters Huibregtse dragen hier geplooide rouwbeuken die versierd zijn met een zwarte rand van kant.

De stofkeuze van de gerimpelde beukjes veranderde in de loop van de tijd van eenvoudig wit, of wit met een ruitje of streepje, naar de meest prachtig glanzende zijdes en polyamides.


Hoewel de Walcherse dracht na ca 1950 niet echt veel meer veranderde, gingen de beukjes nog steeds met de mode mee. De boerin van wie deze beukjes waren had er minstens 35! Sommige werden gedragen tijdens het dagelijkse – vuile - werk, andere waren voor in de namiddag, als het werk gedaan was en de men er wat netter uit wilde zien.

Ansichtkaart van twee dames met prachtige glanzende beukjes

Er waren natuurlijk beukjes voor de kerkgang, voor de rouw, maar ook voor feestelijke gelegenheden of om mee te pronken naar andere boerinnen! Met je beuk liet je eigen identiteit zien! De techniek om ze te versieren kwam grotendeels neer op handmatig of machinaal smokken, en vervolgens versieren met kant, band, lint, knoopjes en/of kraaltjes. Met de komst van buitenlandse vrouwen in Nederland kwam er een breder aanbod glanzende stoffen op de markt, waar menig boerenvrouw een mooi beukje van maakte!

Na het overlijden van veel vrouwen in streekdracht kwamen er grote hoeveelheden beukjes te beschikking aan o.a. klederdrachtgroepen. Zoveel zelfs, dat eens een medewerker lijdzaam verzuchtte: “oh, beukjes, daar hebben we er zo veel van, daar kan je wel een gracht mee dempen!”

Lupineke hoopt binnenkort eens zelf een beukje te gaan maken… wie weet lukt het, voorbeelden genoeg!

dinsdag 7 februari 2012

Imbolc

Het voelt wel heel bijzonder om op een dag zoals vandaag, terwijl de witte sneeuw alles bedekt, en de vorst het land in zijn wintergreep houdt, te bedenken dat op deze dag Imbolc gevierd wordt, de terugkeer van de lente...!

De Keltische volkeren vierden van oudsher hun lente- en reinigingsfeest tijdens de volle maan aan het begin van februari . De naam Imbolc betekent in het Iers ‘in de buik’, en die naam heeft zowel te maken met de lammertijd bij de ooien die rond deze periode gaan werpen, als met de vruchtbare buik van Moeder Aarde zelf. Nu we hier momenteel volop winter hebben met veel sneeuw en ijs, is het wat moeilijk voor te stellen misschien, maar het beeld van de zaden die opgeslagen in de vruchtbare aarde wachten, tot de lentewarmte ze zal doen ontkiemen, is een prachtig en hoopvol beeld..!

Met Imbolc (spreek uit Immolk) werd het land na de winter ritueel gereinigd en zo opnieuw vruchtbaar gemaakt als voorbereiding op het ploegen en zaaien. Tijdens deze ceremonie trok het hele dorp langs de akkers met poppetjes of kruizen die gevlochten waren uit het graan dat vorig jaar was geoogst.

Het symbool voor Imbolc is een amulet van geweven riet of stro, in de vorm van een kruis met een geweven vierkant in het midden en vier gelijke armen. Dit symboliseert de omwenteling van het wiel van het jaar.

De Godin Brigid trad op als beschermvrouwe van het graan. Brigid werd gezien als een archetype van de drievoudige Godin, die overigens niet alleen in Ierland en Engeland, maar overal ter wereld, in vele vormen, vereerd wordt. Maagd, Moeder en Grootmoeder zijn de drie vormen die deze universele Godin in zich draagt.

In latere tijden vereerde men St. Brigid die- naar men aanneemt- de dochter was van een Ierse druïde, die de komst van het christendom voorspelde. Zij werd non en later abdis van het klooster van Kildare in Ierland, waarna ze door het Vaticaan heilig werd verklaard. In de vorige eeuw verwierp Kerk haar heiligheid omdat er twijfels waren gerezen over haar heiligheid en zelfs over haar bestaan!

De oude Germanen hadden hun eigen vruchtbaarheidsgodin, Nerthus, of ook Herta of Aertha genaamd, waar de naam van onze planeet Aarde is afgeleid. Een beeltenis van haar werd voor een rituele reiniging naar het water van de rivier gedragen en ondergedompeld, waarna het beeld op een ossenkar rond de velden gereden werd om deze te zegenen en vruchtbaarheid te vragen.

Niet alleen in de Keltische en Germaanse streken, maar ook in het oude Rome werden in deze periode van het jaar reinigingsrituelen gehouden. De naam Februari komt van het Romeinse ‘februa’, wat zuivering betekent. De priesters van Pan renden bij deze viering, Lupercalia genaamd, gekleed in een geitenvel door de straten van de stad en sloegen de vrouwen met een roede of gesel. Deze symbolische geseling diende om de levenskrachten en vruchtbaarheid te stimuleren. Het Lupercalia feest werd rond half februari gehouden, maar later door de Christelijke Kerk naar voren geschoven zodat het op 2 februari kon versmelten met Maria Lichtmis.

Ook in het oude Schotland werd reikhalzend uitgekeken naar Imbolc. Februari was bijna altijd een schrale en bitter koude maand, deze periode werd dan ook wel de Wolfsmaand of Doodsmaand genoemd, en niet voor niets... Maar hoe koud en moeilijk deze periode ook was, toch waren er altijd wel heel kleine, maar vastberaden tekens die het begin van nieuwe leven lieten zien: lammetjes werden geboren en de koude regens lieten de eerste groene grassprietjes ontspruiten..

“The Maiden comes to bring us light!

The winter dies, and all is bright!

The frozen ground shall disappear –

And all shall sprout, for Spring is near!”

En, hoe vind je dit prachtige Imbolc-symbool! Niet van stro, maar van stof! Ik vond hem op de weblog van Carin!

Hier hangt een laatste bosje tarwe al sinds Kerstmis in de lijsterbes, voor de vogels… Ik zal er vandaag wat strootjes uithalen om er een klein Imbolckruisje van maken, voor de moestuin…!

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...