Om heel eerlijk te zijn, heb ik er niks mee! Helemaal niks,
zelfs!!
Met… De Kerstman!
Met de Kerstman, of Santa Claus, die in
mijn beleving, zowel kind als volwassene zijnde, nog nooit enige rol van
betekenis gespeeld heeft in de wijze waarop wij Kerstmis vieren. Die juist
enigszins storend was.. vond ik..!
Eigenlijk vond ik hem altijd maar een irritant, lawaaierig
en commercieel mannetje, met zijn overdreven vetgemeste en joviale voorkomen.
Dat-ie ook nog onze tradities over de komst van het Kerstkind behoorlijk lijkt
te overschaduwen, maakt de boel er nou niet bepaald beter op…
De meesten van ons zullen de Kerstman wel kennen uit de
Disney kerstfilms, waarin hij uiteraard vaak de grote aanwezige is. Met dit
stereotype beeld van de Kerstman worden
we hier dan ook het meest geconfronteerd.
Maar, waar die Kerstman nou eigenlijk vandaan komt, dat is
een heel ander verhaal. En dat vind Lupineke nou weer wél leuk!
Om een uitgebreide zoektocht maar meteen kort te sluiten:
uiteindelijk lijkt het er op, dat de figuur van de Kerstman oorspronkelijk voor
een groot deel uit Nederland afkomstig is. Rond 1611, toen de Nederlanders naar
Amerika gingen en de stad Nieuw Amsterdam stichtten, namen zij ‘hun’ heilige Sint
Nicolaas mee en maakten hem beschermheilige van hun nieuwe stad. Sint Nicolaas
was namelijk al patroonheilige van de Nederlandse stad Amsterdam.. logisch dus,
dat de emigranten hun Nieuwe Amsterdam ook onder zijn bescherming wilden
stellen!
Veertig jaar later werd Nieuw Amsterdam voor een appel en
een ei aan de Engelsen verkocht en kreeg de naam New York. ‘Onze’ Sint Nicolaas
bleef er echter de beschermheilige!
In de periode dat het huidige Amerika werd opgebouwd, werd
New York overspoeld door Europese emigranten. Die allemaal hun eigen cultuur, gebruiken
en folklore meebrachten en uitdroegen. Ook rond de Kersttradities: de Engelse
Father Christmas, de Duitse Weinachtsmann, de Noorse god Thor en de Finse
Joulupukki.. Zoals vermenging van volkeren plaatsvond, zo mengden ook al deze
figuren zich langzaam maar zeker met de figuur Sint Nicolaas en zijn gebruiken.
In 1773 werd deze vervormde variant van Sint Nicolaas voor
het eerst in de kranten genoemd als
St. A Claus (St. er Klaas). Zijn vorm en
uiterlijk was door al die verschillende invloeden al redelijk veranderd, zo werd
hij afgebeeld in het groen of blauw, als oude man met een baard, zonder mijter
of staf, en waren er elementen aan zijn persoon toegevoegd zoals een ezeltje,
karretje, rendieren, elfjes of arrenslee. Die duidelijk hun oorsprong vinden in
de Scandinavische cultuur…
In 1809 heeft de schrijver Washington Irving het over ‘St
Nicholaus’ in zijn boek: ‘A History of New York’. Hij wordt hier omschreven als
een oude man die op een paardje door de stad rijdt. Irving veranderde het
paardje later in een karretje.
Clement Clarke Moore schreef, hierdoor geïnspireerd, het
populaire gedicht “Twas the night before Christmas” (de oorspronkelijk titel
was: “A visit from St Nicholas) wat ging over “Santeclaus”, een roodwangige, in
bont geklede St. Nick (afkorting van Nicholaus) die met een arrenslee en acht
vliegende rendieren rondreed en die zich door schoorstenen wrong en de kousen
van kinderen vulde met cadeautjes. (En, waar kennen we die schoorstenen toch
van ;)
Ziehier, de basis van de Kerstman was gelegd!
In 1822 waren de rendieren als trekkers van de slee al zo
ingeburgerd bij het beeld van Santaclaus, dat ze namen kregen: Blitzen, Comet,
Cupid, Dancer, Dasher, Donner, Prancer en Vixen.
Het negende rendier, bekende Rudolph – die met de rode neus
- was er toen nog niet bij. Hij ontstond pas in 1939 en werd gecreëerd in een
verhaal van Robert L. May.
“Op een mistige kerstavond, terwijl het zicht steeds
slechter werd, moest Santa de hulp inroepen van Rudolph. Hij had immers een
lichtgevende rode neus, en kon zo de weg verlichten”. Waarop Johnny Marks in
1949 het wereldberoemde liedje over hem schreef: “Rudolph, the red-nosed
reindeer”.
Rond 1860 was Santa voor het eerst op papier te bewonderen.
In de kerstnummers van Harper’s Magazine werden tekeningen afgebeeld van de
tekenaar Thomas Nast. Nog steeds is Santa in diverse uitmonsteringen te zien,
o.a. als dikke kabouterachtige figuur maar ook zie je hem getekend met een
donkere sterrenjas aan..
Het beeld, zoals wij dat nu van de Kerstman, of Santa, of
St. Nick hebben, komt voort uit een Coca Cola reclame uit 1930.
In die tijd werd Coca Cola vooral ’s zomers veel gedronken
en stond het bekend als een ideale dorstlesser in warme dagen. De Coca Cola
Company wilde graag de verkoop in de winterse perioden verhogen en nam daarom
tekenaar Haddon Sundblom aan. Hij kreeg de opdracht om een gezellige dikkerd
met mooie baard te ontwerpen in de bedrijfskleuren rood-wit.
De gepensioneerde buurman van Sundblom voldeed in ruime mate
aan de eisen en stond daarom model. Hij had tevens een heel aparte lach, die
klonk als Yo-ho-ho… en zo werd hij het gezicht van de Kerstman, zoals we die nu
nog steeds kennen!
En zo blijkt de Kerstman heel wat meer raakvlakken met ons
landje te hebben dan ik ooit heb vermoed! En is hij daardoor in mijn ogen
ineens heel wat sympathieker geworden J!
Yo-ho-ho!!!
Iedereen op deze bijzondere Midwinter en ‘Einde-der-tijden-dag’
een heel fijne dag gewenst!